renatestandalones

Startspot.nl

Als startpagina - Bij je favorieten - Eigen startpagina

Dating

» Meer dating!

Aanmelden

Bekijk of de naam nog vrij is en registreer de naam:

.startspot.nl

Overzicht

De 'schrijfster'

De 'schrijfster'

Halloo.

Ik ben Renate, sommige kennen me vast, anderen denken dat alleen maar. Ik ben een nogal ingewikkeld iemand. Ik verwacht niet dat iemand me begrijpt, als ik dat zelf niet eens doe. Ik heb geen zelfvertrouwen en heb de gewoonte om aan verschillende dingen te beginnen en ze dan onafgewerkt achter te laten. Ook zo m'n verhaal Broken Eyes. Je mag het heus lezen, maar verwacht niet dat er vlug nieuwe deeltjes zullen komen. Het kan zijn dat ik ooit de draad terug op pak, maar er is even veel kans dat er geen letter meer aan dat verhaal wordt geschreven. Dat is mijn beslissing, en jullie meningen kunnen daar weinig aan veranderen. Ik ben niet echt een doorsnee meisje, ik heb m'n eigen visie op dingen en kom daar ook voor uit. Als je op zoek bent naar een fantastish mooi verhaal, met een prachtige verhaallijn en een unieke schrijfstijl, dan kan je beter ergens anders gaan kijken. Want ik heb jammer genoeg het schrijverstalent niet meegekregen. Toch heb ik altijd al graag geschreven, laat ik het een passie noemen. Ik hoop dat jullie er op één of andere manier toch van genieten.

Renate

Dagboekfragment

Dagboekfragment

Omdat ik nog geen verhalen heb, hier een opdracht van school. We moesten een dagboekfragment schrijven, fictief weliswaar, op een leuke manier.


Beste dagboek,

Het is zaterdag, zaterdagavond om specifiek te zijn. En ik moet wat kwijt. Ik wandelde door het parkje deze morgen. Wat liep ik daar in hemelsnaam te doen, hoor ik je al denken. Het is weekend, m’n huiswerk al gemaakt, de afwas gedaan en m’n kamer opgeruimd. En wat moet een puber dan als hij zich verveeld? Juist, wat rondhangen met vrienden. Ik zou me daar ook mee bezighouden, moest ik vrienden hebben weliswaar. Dus ik wandelde gewoon, alleen, door het parkje achter ons huis. Probeerde de stelletjes in de bosjes, de blaffende honden en de vertrappelde sigaretten te negeren. Terwijl ik op m’n mp3 naar de 5de symfonie van Beethoven zocht, struikelde ik over een achtergelaten drankfles. Typisch iets voor mij natuurlijk! Vlug krabbelde ik recht, in de hoop dat niemand me gezien had. Ik zonk nog dieper door de grond toen ik recht in de ogen van Pamela staarde. Pamela Onderson, nieuw in deze buurt en al verschrikkelijk populair. Ze rolde niet met haar ogen, zei niks beledigends of lachte me niet in m’n gezicht uit. ‘Dag Brent!’ Waar komt die vriendelijkheid opeens vandaan? De mensen waarmee ze nu omgaat, kunnen me niet luchten, al jaren ben ik hun piespaal. En nu, opeens, praatte ze tegen me! ‘Dag Pamela.’ Stotterde ik terug. ‘Hier, bel me.’ Zei ze zwoel waarna ze me een briefje toestak en er op haar torenhoge hakjes vandoor huppelde. Ik duwde m’n bril wat hoger op m’n neus en kon niet geloven dit dat juist echt gebeurd was. Maar het telefoonnummer dat me van in m’n hand terug staarde, zei genoeg. Was dit allemaal opgezet spel, of was Pamela écht geïnteresseerd in mij? Ik kwam er maar niet uit. Als een robot ben ik toen naar huis gewandeld. Ik was helemaal in schok van het eerste telefoonnummer dat ik had bemachtigd. Dit moest ik kwijt, met gebrek aan iemand om mee te praten, startte ik m’n computer op. Benieuwd wachtte ik of Cyberbabe16 of Tomboy69 online was. En ja, daar kwam Cyberbabe16 op msn. Met een nonchalante ‘Hallo schoonheid!’ bracht ik het gesprek op gang. Al rap spraken we over liefdeszaken. Ze moest me wat opbiechten, typte ze. Ik kreeg mijn tweede verassende schok van vandaag. Ze vertelde me dat ze al een tijdje gevoelens voor me heeft en graag wil afspreken. Zonder te antwoorden zette ik de computer uit en vroeg me af hoe veel mooier het leven nog kan worden. Ik had toen nog géén idee. Omdat ik toch iets met mijn energie moest doen, heb ik Pamela maar opgebeld. Na een stroef gesprek, heb ik toch een date kunnen regelen. Oké, voor haar was het misschien niet zo’n date, maar ik was nog nooit zo ver geraakt. Om vier uur stipt stond ik in het café waar we hadden afgesproken. Zijzelf was nergens te bespeuren. Even schoot het door m’n hoofd dat ze mij hier zielig alleen zou laten staan. Maar toen kwam zij en haar vriendengroep binnen. Ze kwamen recht naar me toe gestapt en mij hart deed een sprongetje toen ik bemerkte dat ik de enigste jongen in het gezelschap was. Ik voelde m’n wangen al gloeien, vooraleer ik ook maar iets gezegd had. Ondanks de moeilijke start, leken de meiden écht geïnteresseerd in mij. Ik weet natuurlijk niks van flirten af, maar dit was overduidelijk! Ik voelde me fantastisch. Ik ving meerdere jaloerse blikken op vanuit de nerdhoek waar ik eigenlijk hoor te zitten. De populaire gasten kwamen hallo zeggen en deden alsof ik één van hen was. Al eeuwen had ik hierop gehoopt, en nu, zo opeens kwam deze droom is vervulling. Tussen elk biertje dat ik naar binnen kapte, schoof Pamela wat dichter naar me toe. Ik moest eigenlijk dringend naar toilet, maar ik durfde niet te bewegen. Tegen zes uur, en al een beetje aangeschoten, draaide Pamela zich naar me toe. Ik voelde gewoon wat er nu ging volgen. Ik sloot m’n ogen en boog me naar haar toe. En toen…



Toen werd ik wakker.

Own worst enemy.

Own worst enemy.

‘Waarom? Waarom, godverdomme!’ Bij elk woord verstart het meisje tegenover mij een beetje meer. Haar ogen op oneindig, haar armen stijf tegen haar lichaam. ‘Je had gezegd het niet meer te doen! Je had het beloofd, gezworen. Ik hoef niet meer te horen dat je niet anders kan! Je hebt weer eens tegen mij gelogen. Dan sta jij er van te kijken dat niemand je meer vertrouwd. Je beliegt en bedriegt je familie, je vrienden, jezelf! Het moet stoppen! Nu!’ M’n stem slaat over en even voel ik tranen prikken, het mag niet, ik ben sterker dan dit. ‘Lisa, je kan hier niet mee doorgaan. Het vernietigt je, het maakt je kapot! En zeg niet dat het niet waar is, je weet het meer dan goed genoeg!’ Ze barst in tranen uit en als vanzelf voel ik ook tranen over m’n wangen lopen. Waarom is het ook allemaal zo moeilijk. Ik weet dat het niets uitmaakt, het is te laat voor haar. Voor ons. We zijn iedereen al kwijt. Natuurlijk is er nog onze familie, natuurlijk hebben we wel vriendinnen. Maar die zouden al rap verdwijnen moesten ze het weten, van ons. ‘Lisa, ik wil je niet kwijt, kan je dat dan niet zien? Het leven kan dan nog zo zwart lijken op momenten, opgeven is voor zwakkelingen. En wat jij de laatste jaren bewezen hebt is dat je vooral niet zwak bent. Als je sterk genoeg bent om jezelf tot dit punt te krijgen, ben je zeker sterk genoeg om te genezen! Nee Lisa, zo rap laat ik je niet gaan!’ Ik zie haar nadenken, twijfelen en eindelijk haar mond openen. ‘Ik hou van je.’ ‘Lisa godverdomme, met die vier woordjes maak je niet alles weer goed. Hoe kan ik nu geloven dat je van me houdt. Nooit laat je het merken, altijd ben ik de schandpaal. Altijd is het mijn fout. Maar ik pik het niet meer, het is gedaan. Hoor je het? Gedaan!’ ‘Je zegt het allemaal alsof het niks is. Maar het is wel degelijk iets! En dat weet je zelf ook wel! Je zit in juist dezelfde situatie als mij. Alleen wil jij genezen en kan het mij allemaal niet schelen. Genees, leef, ga voort zonder mij. Maar dwing me niet om alles op te geven. Alles wat ik nog heb in dit leven!’ De plotse woordenvloed overvalt me. De altijd ingehouden, tegen zichzelf murmelende Lisa, zegt opeens waar het echt op staat. Nog nooit heb ik haar horen vertellen hoe zij over iets denkt, hoe zij zich voelt. ‘Lisa, je bent altijd m’n sterkere helft geweest, ik heb altijd bewondering voor jou gehad. Altijd had jij gelijk, altijd moest ik jou volgen, gewoon omdat ik wist dat jij alles zoveel beter kon. Maar Lisa, deze keer moet je mij vertrouwen, mij jou laten leiden.’ Ik smeek haar met m’n ogen, maar ze lijkt er immuun voor te zijn. M’n woorden lijken haar niet te raken, alsof het niet tot haar door dringt. Weer opent ze haar mond: ‘Ik ben hier dan degene die andere beliegt en bedriegt? Je moest jezelf eens bezig horen! Altijd ben je daar met je goede raad maar kijk eens naar jezelf. Is er al iets verandert? Nee hoor, je blijft volhouden aan je woorden, maar voor je eigen gelden ze niet. Je wil het evenmin als mij, alleen kan jij het niet toegeven! Echt, ik schaam me in jouw plaats.’ Ik weet het wel, ik weet het wel. Natuurlijk weet ik het. Maar nu het zo in m’n gezicht gesmeten wordt, komt het dubbel zo hard aan. Ik kan haar niet meer aankijken zonder te weten dat het ook een deel mijn schuld is. Dat ook ik eraan heb meegewerkt. Ik kan niet in haar ogen te kijken zonder te weten dat we dezelfde gedachten delen, hetzelfde geheim hebben. Ik kan niet naar haar lichaam kijken zonder te beseffen dat ik er even erg aan toe ben. Ik kan niet met haar omgaan zonder te weten dat ik niet meer zonder haar kan. Hoe hard ik haar soms kan haten, hoe hard ik soms wens dat ze uit m’n leven zou verdwijnen, even hard heb ik haar nodig. ‘Het is nog te vroeg.’ Fluister ‘k, voor ik me omdraai. Ik werp nog één blik op de spiegel, forceer een glimlach en maak me klaar voor weer een nieuwe, slopende dag. Met de hoop dat ik morgen zal wakker worden en dit alles gewoon een nachtmerrie blijkt te zijn.


reacties zijn welkom. slecht/goed. alles kan helpen (;

Een nieuwe start.

Een nieuwe start.

Bijna huppelend stap ik het vliegveld binnen. Ruimschoots op tijd. Geen aflassing of vertraging van mijn vlucht. Voor de eerste keer in eeuwen, staat het geluk weer aan mijn kant. Gisteren heb ik mijn twintigste verjaardag gevierd, alleen. Ik heb noch vrienden, noch een lief. Als je het mij vraagt, zit er dus iets goed fout. Ik gluur naar mezelf in de ruit van een souvenirwinkeltje, m’n blonde, lange haren, krullen nonchalant en sinds een week zijn m’n duizenden sproetjes weer verschenen. Ik straal, ondanks de twijfels en kriebels in m’n buik. M’n moeder heeft het nooit begrepen; waarom ik niet aanvaard werd, waarom ik overal het buitenbeentje was. Thuis was ik altijd spontaan, luidruchtig, grappig. Maar zodra ik onder leeftijdsgenoten kwam, klapte ik toe, ik kreeg geen woord gezegd. Meestal verschool ik me vanachter in de klas en kroop zo diep mogelijk ik m’n kraag weg. Het knaagde aan me, de voortdurende afwijzingen en confrontaties met m’n angsten. Maar vanaf vandaag zal alles anders zijn, dat beloof ik mezelf. Nog 3 uur wachten, ongeveer 3 uur op het vliegtuig, en eindelijk ben ik weg van hier. Gisteren heb ik in een vlaag van verdriet en eenzaamheid, m’n vliegticket online gekocht. Ik heb voor het eerste het beste land gekozen en heb zonder nadenken met de creditcard van mijn moeder betaald. Ze weet het nog niet. Ik wil met mijn vlucht naar Spanje, al het nare achter me laten. De herinneringen aan mijn jeugd, aan al de treiterijen die ik heb moeten doorstaan. Vandaag begin ik opnieuw.

Na lang aanschuiven en inchecken – ik verbaas me over het feit dat het echt zoals in de films is – stap ik voor de eerste keer een vliegtuig binnen. Het is immens. Mijn blik valt op een gezin, een tweeling met hun ouders. Met moeite slik ik mijn tranen in. Ooit was ik ook deel van een tweeling, we waren onafscheidelijk. Maar het mocht niet zijn. Op zestienjarige leeftijd werd ze ons afgenomen, weggerukt door een dronken automobilist. Van de ene seconde op de andere was ze er niet meer. Ik was erbij, versteend, niet in staat om ook maar iets te doen. Roosie was populair, gaf je het gevoel dat ze speciaal was. Ik had in haar plaats moeten gaan. Vlug loop ik door. Rij 21, zetel 4. Ik plof neer en de plotse vermoeidheid overweldigt me. Nog een kwartier wachten voor het vertrek, en mijn ogen vallen al toe.

‘Excuseer me. Zou ik er even doormogen?’ Met een ruk word ik weggetrokken uit m’n droom. Ik kijk met een loodzwaar hoofd op naar de persoon die mijn rust aan diggelen heeft geslagen. Maar mijn slecht humeur verdwijnt als sneeuw voor de zon. Ik staar in de felblauwe ogen van een 22jarige – zo schat ik -, breed lachende jongen. Zijn prachtige kijkers nemen me op vanonder zijn zwart, halflang haar. Als vanzelf sta ik op om hem door te laten. Met een zucht laat hij zich in de zetel naast me vallen. ‘ Rij 21, zetel 3?’ stamel ik. ‘Nee hoor, maar het vliegtuig kan elk moment vertrekken en ik zit toch net iets liever naast jou dan naast een stinkende, zwetende 50-jarige.’ Zijn vlotheid overvalt me. Ik ben het niet gewoon dat een jongen, en dan nog wel een goeduitziende jongen van mijn leeftijd, tegen me praat. Even denk ik eraan hem te negeren en m’n mp3 in te steken. Maar vanaf vandaag ging alles anders zijn, niet? ‘Ik zal dat maar als een compliment opnemen, zeker. Jovie, aangenaam.’ Voor ik hem een hand kan geven, duwt hij al een zoen op m’n wang. Juist, zo doet m’n dat tegenwoordig. Ik het bloed naar mijn hoofd trekken, maar hij lijkt het niet te merken. ‘Bas, 21 jaar, nood aan avontuur.’ Met deze vijf woorden vindt hij dat ik genoeg moet weten. Dan kent hij mij nog niet. ‘Waar ga je naartoe? Naar Spanje natuurlijk, maar wat ga je daar doen? En waarom?’ Och help, als ik er eenmaal aan begonnen ben, is er precies geen houden meer aan. ‘ Eén, ik heb geen idee. Twee, dat zie ik dan wel. Drie, nood aan avontuur, dat wist je dus al. En jij?’ Ik zou een gat in de lucht springen, moest ik niet in een vliegtuig zitten, natuurlijk. Deze prachtige verschijning weet evenmin als ik, waar hij naartoe gaat en wat hij daar zal aantreffen. ‘Ik heb nood aan verandering. Waar of in wat ik dat zal vinden, is me volkomen onbekend. Maar dat ik hier zit en dat ik met jou praat, is al een grote stap in de goede richting.’ En weer floep ik er van alles uit. ‘Explain.’ En voor ik het weet, vertel ik een jongen, die ik amper 5 minuten ken, mijn levensverhaal.

‘En?’ Ik staar hem aan. Wat en? Heeft hij niet gehoord wat ik hem juist allemaal verteld heb? Voor ik een snauw terug kan geven, gaat hij verder. ‘Wat gebeurd is, is gebeurd. Je moet dingen leren loslaten. Life goes on, weet je.’ Ik weet het, ik weet het wel. Maar het is zo moeilijk. Ze hebben me jaren het gevoel gegeven dat ik een nul was, dat ik niets kon. Door dat over en over te horen, begin je dat langzaam zelf ook te geloven. Maar ik heb dat alles doorstaan, heb nooit één traan in hun bijzijn laten vallen. Ik kan opnieuw beginnen, dat weet ik diep vanbinnen. Maar ik kan het niet alleen. Twijfelend staar ik hem aan, weet niet juist wat te zeggen. Maar hij gaat alweer door. ‘Spanje ligt voor ons, het onbekende, het nieuwe. Niemand weet wie we zijn, wat we zijn. En ze zullen het ook nooit weten. We vormen een nieuwe identiteit, een nieuwe ik. Alsof iemand daar kraait over wat we in het verleden hebben gedaan. Samen gaan we er een fantastisch avontuur, een gloednieuwe start van maken. Samen.’ En voor de eerste keer in mijn leven, ween ik in het bijzijn van een leeftijdsgenoot. Tranen stromen over m’n wangen, tranen van geluk.

Mijn vlucht.

Mijn vlucht.

Nieuw in deze stad, anders. Op deze onbekende plek uitgespuwd. Geen idee waarom ik hier ben, geen idee waar ik heen moet. Dus ik zwerf maar rond. Weeral. Van zodra ik een plek helemaal gezien heb, raak ik ze beu en doe wat ik altijd doe. Ik vlucht ervan weg. Het onbekende is nieuw, het onbekende is goed. Het bekritiseert niet, het heeft niet direct een oordeel klaar. Zodra ik voel dat men weet wie ik ben, wat ik ben, vlucht ik weg. Zo gaat het al maanden, misschien al jaren. Nooit iets gevonden dat de moeite is om te blijven. Nooit iemand ontmoet die echt om me gaf. Ik ben 20, eenzaam en verschrikkelijk ongelukkig. Ik snak naar een beetje liefde of vriendschap. Niet dat je het me ooit zal horen toegeven natuurlijk. Ik hou me sterk, heb het altijd gedaan. Toen m’n ouders omkwamen in een vliegtuigcrash, heb ik geen traan gelaten. Toen m’n beste vriendin vertrok, heb ik haar geen brief meer geschreven. Toen ik m’n thuis verliet, ben ik nooit meer teruggekeerd. Het is goed zo. Of nee, het was goed zo. Ik had niet meer nodig dan een beetje opwinding, dan een beetje avontuur. Maar steeds verhuizen en opschuiven eist zijn tol. Ik zou een mooie jongedame moeten zijn die volop van het leven geniet. Maar ik sleep me van park naar park, van stad naar stad. Elke keer ik in de spiegel kijk, schrik ik van m’n eigen gezicht. Al het verdriet staat in m’n ogen te lezen. De zorgen hebben hun sporen achtergelaten. Diep vanbinnen zou ik me zo graag willen binden, maar ik kan het niet tonen. Voor de buitenwereld ben ik altijd de sterke, onafhankelijke meid geweest. Zwart haar tot over m’n ogen, spierwit gezicht, altijd een gescheurde jeans. Niemand die de gigantische wallen opmerkt, niemand die stilstaat bij m’n afgekloven nagels. Niemand die denkt dat er ook maar iets fout met me zou kunnen zijn. Ze negeren het, willen het niet zien. Het is hun probleem ook niet. Waarom zouden ze zich bekommeren over een bijna volwassen zwerfster? M’n pleeggezin heeft het ook nooit begrepen, waarom ik geen zoen wou voor het slapengaan, waarom ik vijandig werd, als ze te dicht kwamen. Ze wouden zo graag weten hoe het er met m’n studies voor stond, wisten zij veel dat ik de helft van de tijd spijbelde. Ik was iedereen te slim af, m’n pleeggezin en m’n school. Ik was intelligent genoeg, heb met glans m’n diploma bereikt. En van zodra ik meerderjarig was, ben ik ervandoor gegaan. Bang dat ik iets van mijn jeugd, iets van dit leven zou missen. Het besef kwam als een mokerslag aan. Het drong tot me door dat ik juist al het goede achterliet, dat ik ervan wegvluchtte. Ik zag het natuurlijk veel te laat. Ik wou dat ik de tijd kon terugdraaien, tot ik 6 was, normaal en gelukkig. Toen ik iedereen nog had, m’n ouders, m’n vrienden. Toen had ik nog een dak boven me hoofd en elke dag eten op m’n bord. Maar al snel was dat niet goed genoeg meer. Van de ene dag op de andere ging ik ervandoor. Hopend dat ik m’n geluk ergens anders zou vinden. Maar het lukte me niet, ik kon en wou me niet aanpassen. Verwachtte ook niet dat alles zich naar mij zou buigen. Nee, ik was ik, totaal anders dan de rest op deze aardbol. In elke nieuwe stad, bij elk nieuwe baan, hoopte ik m’n gelijke tegen te komen. Zodra ik er zeker van was, dat ik m’n geluk hier niet lag, ging ik weer verder. Ik stapte gewoon op de eerste de beste trein. Meestal kwam ik er pas later achter waar ik terecht was gekomen. Had nooit een plan, wist nooit waar ik juist naartoe ging. Maar ik ben altijd op m’n pootjes terecht gekomen. Dankzij m’n diploma vind ik overal gemakkelijk werk. Ze weten natuurlijk niet dat ik binnen een paar weken, misschien dagen, er weer vandoor zal gaan. Ik werk in restaurants, hotels of cafés. Kan net rondkomen met het weinige dat ik ermee verdien. Maar ik heb niet veel nodig, heb genoeg aan m’n vrijheid. Of dat hou ik mezelf toch voor. Een ruk aan m’n schouder brengt me weer tot de werkelijkheid. Ik slik vlug m’n verwijten in als ik zie dat de jongen achter me, m’n tas vast heeft. ‘Je hebt deze laten vallen. Ik heb je wel tien keer geroepen, maar je leek wel van deze planeet verdwenen te zijn.’ Dat is nu juist wat ik al maanden wil doen, gewoon verdwijnen. Vlug bedank ik hem en wil al doorlopen, als zijn ogen de mijne vangen. Het lukt me niet me om te draaien, ik weet dat ik er spijt van zou krijgen. Ik voel dat deze jongen m’n leven te dicht zal naderen, maar ik laat het toe. Ik kan niet eeuwig blijven vluchten. ‘Waar ga je naartoe?’ Ik antwoord niet, wil de betovering niet verbreken. En hij begrijpt het. Voor de eerste keer loop ik echt naast iemand, in de plaats van ervan weg.

Door Renate i.s.m renatestandalones.startspot.nl
Hosting en scripting door: MPlay.nl
Er staan 9 links op deze pagina.
Opmerkingen of suggesties?